​​​​​​
Aanmelden kinderopvang!

GGD-rapport voor Peuterspeelgroep Het Mozaïek

04-01-2021

Ons team van Peuterspeelgroep Het Mozaïek heeft op 24 november 2020 bezoek gehad van de GGD-inspecteur. Aan alle getoetste voorwaarden is voldaan.

Alle locaties voor kinderopvang worden regelmatig bezocht door een inspecteur van de plaatselijke GGD. Daarna wordt een officieel inspectierapport op de website van Landelijk Register Kinderopvang gezet. De inspecties worden uitgevoerd om te controleren of de locaties voldoen aan alle eisen uit de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

Op de eerste pagina (3) van het officiële rapport staan de belangrijkste gegevens: een overzicht van de algemene kenmerken van de locatie en de geschiedenis.

Tot slot de conclusie: De houder voldoet aan de getoetste voorwaarden.

En een advies aan het College van B&W: Geen handhaving (geen actie nodig).

De werkwijze
De inspecteur bezoekt de locatie en controleert een groot aantal punten. In dit rapport zijn de volgende categorieën onderzocht:

  1. Registratie, wijzigingen, administratie en naleving handhaving
  2. Pedagogisch klimaat
  3. Personeel en groepen
  4. Veiligheid en gezondheid
  5. Accommodatie
  6. Ouderrecht

1. Registratie, wijzigingen, administratie en naleving handhaving
De administratie moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Ook moet de houder verplichtingen uit eventuele handhaving op tijd zijn nagekomen.

Aan de getoetste voorwaarde is voldaan.

2. Pedagogisch klimaat
De inspecteur bekijkt of in de dagelijkse praktijk wordt voldaan aan vier pedagogische basisdoelen die in de Wet Kinderopvang worden gesteld:

  • De kinderen moeten zich emotioneel veilig en geborgen voelen
  • De kinderen worden gestimuleerd in hun persoonlijke ontwikkeling
  • De kinderen worden gestimuleerd in hun sociale ontwikkeling
  • De leiding zorgt voor de overdracht van normen en waarden

Persoonlijke competenties

Opmerking van de inspecteur:
De beroepskrachten bouwen het dagprogramma op met vaste rituelen en bekende afspraken. Kinderen weten wat er gaat gebeuren en wat van hen wordt verwacht.

Praktijkvoorbeeld:
De beroepskrachten vragen na het eet- en drink moment aan de kinderen: ''Wat gaan we nu doen?'' ''Naar buiten!'' roepen de kinderen in koor. ''Heel goed!'' zeggen de beroepskrachten. ''Maar wat gaan we eerst doen?'' vraagt een beroepskracht. ''Handen wassen!'' zeggen de kinderen.
''Goed zo en dan jassen aan'' zegt een beroepskracht. De kinderen zetten na het handen wassen, zonder tussenkomst van de beroepskrachten, hun stoel in een kring.
Een jongetje, dat al aangekleed is, pakt zonder tussenkomst van een beroepskracht een boekje en gaat in de kring zitten en lezen. Terwijl de kinderen wachten totdat iedereen klaar is met de jassen aantrekken en de veiligheidsvestjes, stimuleert een beroepskracht de andere kinderen ook om een boekje te pakken. Ze vraagt aan de kinderen: ''Welk boekje willen jullie lezen?'' Waarna een aantal kinderen een boekje pakt en gaat lezen. Wanneer alle kinderen hun jas aan hebben gaan ze gezamenlijk naar buiten.

Voorschoolse educatie indien gesubsidieerd door het college
Onder voorschoolse educatie wordt uitvoering van een erkend programma verstaan, dat gericht is op het stimuleren van kinderen in hun ontwikkeling op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. De termen voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en voorschoolse educatie (VE) hebben in dezen dezelfde betekenis.

Binnen de organisatie wordt VE geboden middels het programma Startblokken. De organisatie beschikt over beroepskrachten die een relevante opleiding hebben afgerond.

Per week besteedt de houder de verplichte minimale 10 uur aan VE. Het VE programma uit zich middels een gestructureerd dagprogramma dat zichtbaar is in de praktijk. De beroepskrachten toetsen de vorderingen van de VE- indicatie kinderen met een kindvolgsysteem. Elke beroepskracht is mentor van een aantal kinderen en houdt de ontwikkelingen en oudergesprekken bij.

Aan de getoetste voorwaarde is voldaan.

3. Personeel en groepen
Bij dit onderwerp gaat de inspecteur na of het personeel over de goede opleiding(en) beschikt en of iedereen die wordt ingezet een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) heeft. Heel belangrijk is of er voldoende medewerkers zijn in verhouding tot het aantal kinderen, de beroepskracht-kindratio. Ook wordt gekeken naar de opbouw en samenstelling van de groepen. Verder kan de inspecteur bijvoorbeeld nagaan of de voorgeschreven voertaal (Nederlands) wordt gebruikt.

Aan de getoetste voorwaarde is voldaan.

4. Veiligheid en gezondheid

Binnen de Wet kinderopvang gelden eisen die betrekking hebben op de veiligheid en gezondheid in een kindercentrum. De houder van een kindercentrum dient beleid te voeren dat ertoe leidt dat de veiligheid en de gezondheid van de op te vangen kinderen in en rond het kindercentrum zoveel mogelijk is gewaarborgd.

Tijdens de inspectie is beoordeeld of in een risico-inventarisatie schriftelijk staat vastgelegd welke risico's de opvang van kinderen met zich meebrengt. In de praktijk is beoordeeld of de uitvoering van bijbehorend beleid de risico’s ook daadwerkelijk ondervangt.

Aan de getoetste voorwaarden is voldaan.

5. Accommodatie

De binnenruimte en de buitenruimte moeten groot genoeg zijn. Ook zijn de ruimtes voor de kinderen veilig en toegankelijk. De inrichting van de ruimtes stimuleert de kinderen om te spelen.

Aan de getoetste voorwaarden is voldaan.

6. Ouderrecht
De houder moet ouders informeren over een aantal onderwerpen, zoals: het pedagogisch beleid, de groepsgrootte, het aantal beroepskrachten per groep, de opleidingseisen van beroepskrachten, het veiligheids- en gezondheidsbeleid en de klachtenregeling. Ouders hebben adviesrecht over een aantal onderwerpen binnen de opvang.
De houder laat de ouders en het personeel weten waar zij het inspectierapport kunnen vinden.

Aan de getoetste voorwaarden is voldaan.

Inspectie-items
Het laatste deel van het rapport is gewijd aan een uitgebreide opsomming van alle geïnspecteerde items. Daarbij wordt per punt verwezen naar de bijbehorende documenten, plannen, voorwaarden en wetsartikelen. Met behulp van de inspectie-items kan iedereen precies nagaan welke zaken zijn gecontroleerd en het hoe en waarom van de controles.

Slot
Het rapport sluit af met een overzicht van alle administratieve gegevens van de locatie en de inspectie. Tot slot is er ruimte voor de zienswijze houder kindercentrum. Hierin reageert Berend Botje op de inhoud van het inspectierapport.

Kinderopvang Berend Botje, Peuterspeelgroep Het Mozaïek, is tevreden met het behaalde resultaat. Binnen Berend Botje streven we naar de hoogst mogelijke kwaliteit van kinderopvang, zodat wij een betrouwbare partner zijn voor ouders. Dit positieve rapport toont aan dat we hierin op de goede weg zijn.

Wij beschouwen de inspecties als een belangrijke ondersteuning van ons eigen beleid en onze missie. In een steeds veranderende maatschappij is het zaak alert te blijven op nieuwe ontwikkelingen en eisen. Streven naar de hoogste kwaliteit is voor ons daarom een continu proces, waarin de GGD als toezichthouder een belangrijke rol speelt.

Terug naar overzicht
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat we je de beste ervaring op onze website bieden. Als je doorgaat met het gebruik van deze site, gaan we ervan uit dat je hiermee akkoord bent. Lees hier ons cookie statement of onze privacyverklaring.