Aanmelden kinderopvang!

Hoera! Een positief GGD-rapport voor Kinderdagverblijf Den Ilp

27-12-2017

Hoe mooi is het als toewijding en professioneel handelen beloond wordt? Ons team op Kinderdagverblijf Den Ilp heeft bezoek gehad van de GGD-inspecteur en dit heeft geleid tot een prachtig rapport wat in december 2017 is gepubliceerd. Ook zij hebben dit jaar aan alle getoetste voorwaarden voldaan.

Hoera! Een positief GGD-rapport voor Kinderdagverblijf Den Ilp

Alle locaties voor kinderopvang worden regelmatig bezocht door een inspecteur van de plaatselijke GGD. Daarna wordt een officieel inspectierapport op www.lrkp.nl  gezet. De inspecties worden uitgevoerd om te controleren of de locaties voldoen aan alle eisen uit de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

Op de eerste pagina (3) van het officiële rapport staan de belangrijkste gegevens: een overzicht van de algemene kenmerken van de locatie en de geschiedenis.

Tot slot de conclusie: De houder voldoet aan de getoetste voorwaarden.

En een advies aan het College van B&W: Geen handhaving (geen actie nodig).

De werkwijze
De inspecteur bezoekt de locatie en controleert een groot aantal punten. Die punten zijn in een aantal categorieën onder te verdelen waarvan de belangrijkste zijn: 

  1. Pedagogisch klimaat
  2. Personeel en groepen
  3. Veiligheid en gezondheid

 

Pedagogisch klimaat
De inspecteur bekijkt of in de dagelijkse praktijk wordt voldaan aan vier pedagogische basisdoelen die in de Wet Kinderopvang worden gesteld: 

  • De kinderen moeten zich emotioneel veilig en geborgen voelen
  • De kinderen worden gestimuleerd in hun persoonlijke ontwikkeling
  • De kinderen worden gestimuleerd in hun sociale ontwikkeling
  • De leiding zorgt voor de overdracht van normen en waarden

 

Persoonlijke competenties
Opmerking van de inspecteur:
De beroepskrachten tonen hun betrokkenheid door met aandacht naar individuele kinderen te luisteren en aan te sluiten op de inhoud en reikwijdte van wat een kind vertelt. Zij houden intussen contact met de rest van de groep, zonder dat de persoonlijke gerichtheid op het kind hieronder lijdt.

Praktijkvoorbeeld:
Er zit een spinnetje op het raam. Kinderen kijken geboeid en fantaseren over de acties van een spin; grote spinnen, gevaarlijke spinnen, levensgevaarlijke spinnen etc. De beroepskracht kijkt geïnteresseerd mee en geeft het enger wordende verhaal een positieve wending door te vragen of het spinnetje daar misschien wel woont en hoe lief zo`n klein spinnetje is en daar best gezellig kan blijven wonen

Voorschoolse educatie indien gesubsidieerd door het college
Onder voorschoolse educatie wordt uitvoering van een erkend programma verstaan, dat gericht is op het stimuleren van kinderen in hun ontwikkeling op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. De termen voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en voorschoolse educatie (VE) hebben in dezen dezelfde betekenis.

Binnen de organisatie wordt VE geboden middels het programma Startblokken. De organisatie beschikt over beroepskrachten die een relevante opleiding hebben afgerond.

Per week besteedt de houder de verplichte minimale 10 uur aan VE. Het VE programma uit zich middels een gestructureerd dagprogramma dat zichtbaar is in de praktijk. De beroepskrachten toetsen de vorderingen van de VE- indicatie kinderen met een kindvolgsysteem. Elke beroepskracht is mentor van een aantal kinderen en houdt de ontwikkelingen en oudergesprekken bij.

Aan de getoetste voorwaarden is voldaan.

2.Personeel en groepen
Bij dit onderwerp gaat de inspecteur na of het personeel over de goede opleiding(en) beschikt en of iedereen die wordt ingezet een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) heeft. Heel belangrijk is of er voldoende medewerkers zijn in verhouding tot het aantal kinderen, de beroepskracht-kindratio. Ook wordt gekeken naar de opbouw en samenstelling van de groepen. Verder kan de inspecteur bijvoorbeeld nagaan of de voorgeschreven voertaal (Nederlands) wordt gebruikt.

Aan de getoetste voorwaarde is voldaan.

3.Veiligheid en gezondheid
Binnen de Wet kinderopvang gelden eisen die betrekking hebben op de veiligheid en gezondheid in een kindercentrum. De houder van een kindercentrum dient beleid te voeren dat ertoe leidt dat de veiligheid en de gezondheid van de op te vangen kinderen in en rond het kindercentrum zoveel mogelijk is gewaarborgd.

Tijdens de inspectie is beoordeeld of in een risico-inventarisatie schriftelijk staat vastgelegd welke risico's de opvang van kinderen met zich meebrengt. In de praktijk is beoordeeld of de uitvoering van bijbehorend beleid de risico’s ook daadwerkelijk ondervangt.

Aan de getoetste voorwaarden is voldaan.

Inspectie-items
Het laatste deel van het rapport is gewijd aan een uitgebreide opsomming van alle geïnspecteerde items. Daarbij wordt per punt verwezen naar de bijbehorende documenten, plannen, voorwaarden en wetsartikelen. Met behulp van de inspectie-items kan iedereen precies nagaan welke zaken zijn gecontroleerd en het hoe en waarom van de controles.

Aan de getoetste voorwaarden wordt voldaan.

Slot
Het rapport sluit af met een overzicht van alle administratieve gegevens van de locatie en de inspectie. Tot slot is er ruimte voor de zienswijze houder kindercentrum. Hierin reageert Berend Botje op de inhoud van het inspectierapport.

Kindercentrum Berend Botje Den Ilp is trots op dit positieve GGD-inspectierapport. Wij streven ernaar om de kwalitatief best mogelijke kinderopvang te bieden. De conclusies uit het rapport bevestigen dat onze missie, visie en waarden er borg voor staan dat Berend Botje royaal voldoet aan alle wettelijke eisen en regels die aan de kinderopvang worden gesteld. Wij beschouwen de inspecties als een belangrijke ondersteuning van ons eigen beleid. In een steeds veranderende maatschappij is het zaak alert te blijven op nieuwe ontwikkelingen en eisen. Streven naar de hoogste kwaliteit is voor ons daarom een continu proces, waarin de GGD als toezichthouder een belangrijke rol speelt.

 

Terug naar overzicht