Aanmelden kinderopvang!

Hoera! Een positief GGD-rapport voor Kinderdagverblijf Stede Broec

30-12-2019

Hoe mooi is het als toewijding en professioneel handelen beloond wordt? Ons team van Kinderdagverblijf Stede Broec locatie Woud heeft op 25 november 2019 bezoek gehad van de GGD-inspecteur en dit heeft geleid tot een prachtig rapport. Onze locatie voldoet aan alle getoetste voorwaarden.

Alle locaties voor kinderopvang worden regelmatig bezocht door een inspecteur van de plaatselijke GGD. Daarna wordt een officieel inspectierapport op de website van Landelijk Register Kinderopvang gezet. De inspecties worden uitgevoerd om te controleren of de locaties voldoen aan alle eisen uit de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

Op de eerste pagina (3) van het officiële rapport staan de belangrijkste gegevens: een overzicht van de algemene kenmerken van de locatie en de geschiedenis.

Tot slot de conclusie: De houder voldoet aan de getoetste voorwaarden.

En een advies aan het College van B&W: Geen handhaving (geen actie nodig).

De werkwijze
De inspecteur bezoekt de locatie en controleert een groot aantal punten. Die punten zijn in een aantal categorieën onder te verdelen waarvan de belangrijkste zijn:

  1. Pedagogisch klimaat
  2. Personeel en groepen
  3. Veiligheid en gezondheid

Pedagogisch klimaat
De inspecteur bekijkt of in de dagelijkse praktijk wordt voldaan aan vier pedagogische basisdoelen die in de Wet Kinderopvang worden gesteld:

  • De kinderen moeten zich emotioneel veilig en geborgen voelen
  • De kinderen worden gestimuleerd in hun persoonlijke ontwikkeling
  • De kinderen worden gestimuleerd in hun sociale ontwikkeling
  • De leiding zorgt voor de overdracht van normen en waarden

Persoonlijke competenties

Opmerking van de inspecteur:
-Kinderen krijgen ruimte voor zelfsturing, maar de beroepskracht is voor kinderen beschikbaar als hulp en ‘controlepunt’ voor wat kan en mag. Kinderen gedragen zich redelijk zelfstandig en zelfverantwoordelijk bij het aangaan en uitvoeren van activiteiten

-De beroepskrachten weten wat baby’s aankunnen, leuk vinden, enthousiast maakt en sluiten daar in hun contact op aan. Er is aandacht voor het individueel tempo en vermogen van de baby.

Praktijkvoorbeeld:
Vanaf het moment dat de kinderen 1 jaar zijn, wordt geprobeerd de kinderen uit een tuitbeker te laten drinken. Dat gaat goed, zo constateert de toezichthouder. Ook worden de kinderen gestimuleerd om met een vork te eten en ook dat gaat goed.

Tijdens de observatie gaat een beroepskracht bij een baby in de grondbox zitten. De beroepskracht biedt het kind speelgoed aan maakt een foto van het kind voor de ouders. In de grondbox is ook een lage spiegel tegen een muur bevestigd. Het kind lacht regelmatig naar zichzelf en naar de beroepskracht. Het kind krijgt ook complimenten van de beroepskracht, zoals: ''Kun jij al op je knieën en wat kun je goed omrollen!'' Het kind lacht en brabbelt terug. Wanneer de beroepskracht even wegloopt om in de slaapkamer te kijken, zegt ze tegen de baby, ''Ik ben zo terug!'' waarna ze een glimlach van het kind krijgt.

Wanneer een baby een snotneus heeft zegt de beroepskracht: ''Kijk eens een zakdoek, ik ga even je neus schoonmaken, ik weet dat je dat niet leuk vindt maar het moet toch even.'' Snel maakt de beroepskracht daarna de neus schoon, en zegt dan: ''Alweer klaar en nu gaan we een broodje eten!'' Waarna ze het kind meeneemt naar de tafel voor de lunch.

Voorschoolse educatie
Onder voorschoolse educatie (VE) wordt uitvoering van een erkend programma verstaan, dat gericht is op het stimuleren van kinderen in hun ontwikkeling op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. De voorwaarden hebben betrekking op de beschrijving van de visie voorschoolse educatie in het pedagogisch beleidsplan, de uitvoering en de evaluatie ervan. Verder hebben de voorwaarden betrekking op de omschrijving, in het pedagogisch beleidsplan, van de ontwikkeling van peuters. Om deskundigheidsbevordering op het gebied van VE aan te tonen is een opleidingsplan vereist.

Constatering:
Binnen de organisatie wordt VE geboden middels het programma Startblokken.

De groep bestaat uit maximaal 16 kinderen en ten minste 1 beroepskracht per 8 kinderen.

Per week besteedt de houder de verplichte minimale 10 uur aan voorschoolse educatie.

Het programma uit zich middels een gestructureerd dagprogramma dat zichtbaar is in de praktijk.

De organisatie beschikt over beroepskrachten die een relevante opleiding hebben afgerond.

De houder heeft een opleidingsplan opgesteld wat voor het komend jaar de deskundigheidsbevordering van de beroepskrachten beschrijft.

In het pedagogisch beleidsplan staat de visie op de voorschoolse educatie genoemd en is een concrete en toetsbare beschrijving aanwezig van de wijze waarop:

  • deze visie te herkennen is in het aanbod van activiteiten
  • de ontwikkeling van peuters wordt gevolgd
  • het aanbod van VE hierop wordt afgestemd
  • de ontwikkeling van het jonge kind wordt gestimuleerd op de vier ontwikkelingsgebieden
  • ouders worden betrokken bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen
  • de inrichting van de ruimte waarin VE wordt verzorgd
  • materiaal voor VE beschikbaar wordt gesteld
  • vorm wordt gegeven aan de inhoudelijke aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie
  • een zorgvuldige overgang plaatsvindt van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie.

Uit gesprekken met de beroepskrachten en uit de observaties is gebleken dat in de praktijk uitvoering wordt gegeven aan bovengenoemde onderwerpen.

De eisen die gelden om het aanbod van voorschoolse educatie in het pedagogisch beleidsplan te beschrijven gelden sinds 1 juli 2018. In 2019 wordt beoordeeld of het pedagogisch beleidsplan voldoet aan de voorwaarden. Of de evaluatie van het pedagogisch beleidsplan op het onderdeel VE jaarlijks plaatsvindt en of het plan zo nodig jaarlijks wordt bijgesteld, zal in een onderzoek vanaf

1 januari 2020 beoordeeld kunnen worden.

Aan de getoetste voorwaarden betreffende de voorschoolse educatie is voldaan.

Personeel en groepen
Bij dit onderwerp gaat de inspecteur na of het personeel over de goede opleiding(en) beschikt en of iedereen die wordt ingezet een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) heeft. Heel belangrijk is of er voldoende medewerkers zijn in verhouding tot het aantal kinderen, de beroepskracht-kindratio. Ook wordt gekeken naar de opbouw en samenstelling van de groepen. Verder kan de inspecteur bijvoorbeeld nagaan of de voorgeschreven voertaal (Nederlands) wordt gebruikt. 

Aan de getoetste voorwaarden is voldaan.

Veiligheid en gezondheid
Binnen de Wet kinderopvang gelden eisen die betrekking hebben op de veiligheid en gezondheid in een kindercentrum. De houder van een kindercentrum dient beleid te voeren dat ertoe leidt dat de veiligheid en de gezondheid van de op te vangen kinderen in en rond het kindercentrum zoveel mogelijk is gewaarborgd.

Tijdens de inspectie is beoordeeld of in een risico-inventarisatie schriftelijk staat vastgelegd welke risico's de opvang van kinderen met zich meebrengt. In de praktijk is beoordeeld of de uitvoering van bijbehorend beleid de risico’s ook daadwerkelijk ondervang

Aan de getoetste voorwaarden is voldaan.

Inspectie-items
Het laatste deel van het rapport is gewijd aan een uitgebreide opsomming van alle geïnspecteerde items. Daarbij wordt per punt verwezen naar de bijbehorende documenten, plannen, voorwaarden en wetsartikelen. Met behulp van de inspectie-items kan iedereen precies nagaan welke zaken zijn gecontroleerd en het hoe en waarom van de controles.

Slot
Het rapport sluit af met een overzicht van alle administratieve gegevens van de locatie en de inspectie. Tot slot is er ruimte voor de zienswijze houder kindercentrum. Hierin reageert Berend Botje op de inhoud van het inspectierapport.

Kinderopvang Berend Botje, locatie Kinderdagverblijf Stede Broec locatie Woud, is trots op dit positieve GGD-inspectierapport. Wij streven ernaar om de kwalitatief best mogelijke kinderopvang te bieden. De conclusies uit het rapport bevestigen dat onze missie, visie en waarden er borg voor staan dat Berend Botje royaal voldoet aan alle wettelijke eisen en regels die aan de kinderopvang worden gesteld. Wij beschouwen de inspecties als een belangrijke ondersteuning van ons eigen beleid. In een steeds veranderende maatschappij is het zaak alert te blijven op nieuwe ontwikkelingen en eisen. Streven naar de hoogste kwaliteit is voor ons daarom een continu proces, waarin de GGD als toezichthouder een belangrijke rol speelt.

Terug naar overzicht
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat we je de beste ervaring op onze website bieden. Als je doorgaat met het gebruik van deze site, gaan we ervan uit dat je hiermee akkoord bent. Lees hier ons cookie statement of onze privacyverklaring.