Aanmelden kinderopvang!

Hoera! Een positief GGD-rapport voor Peuterspeelgroep De Flierefluiter!

18-12-2018

Hoe mooi is het als toewijding en professioneel handelen beloond wordt? Ons team van Peuterspeelgroep De Flierefluiter in Hoorn kreeg op 22 november 2018 bezoek van de GGD-inspecteur. Dit heeft geleid tot een prachtig rapport. Ze voldoen aan alle getoetste voorwaarden.

Alle locaties voor kinderopvang worden regelmatig bezocht door een inspecteur van de plaatselijke GGD. Daarna wordt een officieel inspectierapport op de website van Landelijk Register Kinderopvang gezet. De inspecties worden uitgevoerd om te controleren of de locaties voldoen aan alle eisen uit de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

Op de eerste pagina (3) van het officiële rapport staan de belangrijkste gegevens: een overzicht van de algemene kenmerken van de locatie en de geschiedenis.

Tot slot de conclusie: De houder voldoet aan de getoetste voorwaarden.

En een advies aan het College van B&W: Geen handhaving (geen actie nodig).

De werkwijze
De inspecteur bezoekt de locatie en controleert een groot aantal punten. Die punten zijn in een aantal categorieën onder te verdelen waarvan de belangrijkste zijn:

Pedagogisch klimaat
Personeel en groepen
Veiligheid en gezondheid

  1. Pedagogisch klimaat
    De inspecteur bekijkt of in de dagelijkse praktijk wordt voldaan aan vier pedagogische basisdoelen die in de Wet Kinderopvang worden gesteld:

De kinderen moeten zich emotioneel veilig en geborgen voelen
De kinderen worden gestimuleerd in hun persoonlijke ontwikkeling
De kinderen worden gestimuleerd in hun sociale ontwikkeling
De leiding zorgt voor overdracht van normen en waarden

Opmerking van de inspecteur
De houder draagt zorg voor verantwoorde dagopvang, rekening houdend met de ontwikkelingsfase waarin kinderen zich bevinden.

Praktijkvoorbeeld:
In de ruimte is op specifieke plaatsen informatie aanwezig (pictogram, woord, slogan, lijstje) waardoor kinderen weten welke afspraken of regels op die plaatsen en in de gehele ruimte gelden. De ruimte is voor kinderen hun eigen en vertrouwde omgeving. Zij gedragen zich over het algemeen naar de afspraken en voelen zich verantwoordelijk voor de gang van zaken (bv opruimen, dingen op vaste plaatsen zetten).

Praktijksituatie:
De beroepskracht gaat op haar hurken in het midden van de groepsruimte zitten. Ze rinkelt met een belletje. Alle kinderen komen naar haar toe. “En wat gaan we dan doen?” vraagt de beroepskracht. “We gaan opruimen en dat betekent dus dat iedereen gaat helpen,” vervolgt zij. Ieder kind krijgt een gerichte opdracht om iets op te ruimen.

Als de kinderen dit uitgevoerd hebben gaan zij zelf op hun eigen plaats aan tafel zitten.
Ieder kind heeft een eigen tafel.
Op hun eigen tafel staat een plant met een onderlegger. Het kind krijgt vanaf binnenkomst de gelegenheid zijn/haar plant water te geven, de plant in de vensterbank te zetten en de onderlegger op te ruimen. Dit doen de kinderen zelfstandig.
Als de kinderen naar het toilet moeten, wordt er een dennenappel op zijn/haar tafel gelegd zodat de andere kinderen kunnen zien dat het toilet bezet is en de beroepskracht weet waar het kind is.

Aan de getoetste voorwaarden is voldaan.

  1. Personeel en groepen
    Bij dit onderwerp gaat de inspecteur na of het personeel over de goede opleiding(en) beschikt en of iedereen die wordt ingezet een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) heeft. Heel belangrijk is of er voldoende medewerkers zijn in verhouding tot het aantal kinderen, de beroepskracht-kindratio. Ook wordt gekeken naar de opbouw en samenstelling van de groepen. Verder kan de inspecteur bijvoorbeeld nagaan of de voorgeschreven voertaal (Nederlands) wordt gebruikt.

Aan de getoetste voorwaarde is voldaan.

  1. Veiligheid en gezondheid
    Binnen de Wet kinderopvang gelden eisen die betrekking hebben op de veiligheid en gezondheid in een kindercentrum. De houder van een kindercentrum dient beleid te voeren dat ertoe leidt dat de veiligheid en de gezondheid van de op te vangen kinderen in en rond het kindercentrum zoveel mogelijk is gewaarborgd.

Tijdens de inspectie is beoordeeld of in een risico-inventarisatie schriftelijk staat vastgelegd welke risico's de opvang van kinderen met zich meebrengt. In de praktijk is beoordeeld of de uitvoering van bijbehorend beleid de risico’s ook daadwerkelijk ondervangt.

Aan de getoetste voorwaarden is voldaan.

Inspectie-items
Het laatste deel van het rapport is gewijd aan een uitgebreide opsomming van alle geïnspecteerde items. Daarbij wordt per punt verwezen naar de bijbehorende documenten, plannen, voorwaarden en wetsartikelen. Met behulp van de inspectie-items kan iedereen precies nagaan welke zaken zijn gecontroleerd en het hoe en waarom van de controles.

Aan de getoetste voorwaarden wordt voldaan.

Slot
Het rapport sluit af met een overzicht van alle administratieve gegevens van de locatie en de inspectie. Tot slot is er ruimte voor de zienswijze houder kindercentrum. Hierin reageert Berend Botje op de inhoud van het inspectierapport.

Kinderopvang Berend Botje, locatie Peuterspeelgroep De Flierefluiter is trots op dit positieve GGD-inspectierapport. Wij streven ernaar om de kwalitatief best mogelijke kinderopvang te bieden. De conclusies uit het rapport bevestigen dat onze missie, visie en waarden er borg voor staan dat Berend Botje royaal voldoet aan alle wettelijke eisen en regels die aan de kinderopvang worden gesteld. Wij beschouwen de inspecties als een belangrijke ondersteuning van ons eigen beleid. In een steeds veranderende maatschappij is het zaak alert te blijven op nieuwe ontwikkelingen en eisen. Streven naar de hoogste kwaliteit is voor ons daarom een continu proces, waarin de GGD als toezichthouder een belangrijke rol speelt.

Terug naar overzicht