Aanmelden kinderopvang!

Hoera! Een positief GGD-rapport voor Peuterspeelgroep de Kabouterkring

18-12-2019

Hoe mooi is het als toewijding en professioneel handelen beloond wordt? Ons team van Peuterspeelgroep de Kabouterkring in Twisk heeft op 29 oktober 2019 bezoek gehad van de GGD-inspecteur en dit heeft geleid tot een prachtig rapport. Onze locatie voldoet aan alle getoetste voorwaarden.

Alle locaties voor kinderopvang worden regelmatig bezocht door een inspecteur van de plaatselijke GGD. Daarna wordt een officieel inspectierapport op de website van Landelijk Register Kinderopvang gezet. De inspecties worden uitgevoerd om te controleren of de locaties voldoen aan alle eisen uit de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

Op de eerste pagina (3) van het officiële rapport staan de belangrijkste gegevens: een overzicht van de algemene kenmerken van de locatie en de geschiedenis.

Tot slot de conclusie: De houder voldoet aan de getoetste voorwaarden.

En een advies aan het College van B&W: Geen handhaving (geen actie nodig).

De werkwijze

De inspecteur bezoekt de locatie en controleert een groot aantal punten. Die punten zijn in een aantal categorieën onder te verdelen waarvan de belangrijkste zijn:

  1. Pedagogisch klimaat
  2. Personeel en groepen
  3. Veiligheid en gezondheid

Pedagogisch klimaat

De inspecteur bekijkt of in de dagelijkse praktijk wordt voldaan aan vier pedagogische basisdoelen die in de Wet Kinderopvang worden gesteld:

  • De kinderen moeten zich emotioneel veilig en geborgen voelen
  • De kinderen worden gestimuleerd in hun persoonlijke ontwikkeling
  • De kinderen worden gestimuleerd in hun sociale ontwikkeling
  • De leiding zorgt voor de overdracht van normen en waarden

Persoonlijke competenties

Opmerking van de inspecteur:

De beroepskrachten herkennen de signalen van individuele kinderen, kunnen deze correct interpreteren en sluiten hier tijdig en op een gepaste manier op aan. Het kind voelt zich gezien en begrepen.

Praktijkvoorbeeld:

Aan het einde van het vrij spelen, geeft de beroepskracht aan dat er opgeruimd mag worden. Twee kinderen ruimen de houten blokken, waar zij mee hebben gespeeld op.

Als één van de kinderen begint te huilen komt de beroepskracht naar haar toe en gaat op haar knieën zitten. Het kind houdt haar hand op de pijnlijke plek op haar hoofd.

De beroepskracht wrijft over de pijnlijke plek en vraagt of ze er een kus op mag geven.

Het kind knikt en de beroepskracht geeft op de pijnlijke plek een kus. Ze vraagt aan het kind of ze er een koud doekje op wilt en het kind knikt. Ze zegt tegen de andere kinderen: "Kunnen jullie de overige blokken nog even opruimen, dan zal ik alvast een koud doekje pakken." Als het kind de hand van de beroepskracht blijft vasthouden, geeft de beroepskracht aan dat ze ook even mee mag lopen om het doekje te pakken. Nadat het kind het koude doekje op de pijnlijke plek heeft gehad, is ze gestopt met huilen.

De beroepskracht vraagt aan het kind of de pijn al wat minder is geworden. Het kind knikt en de beroepskracht helpt, na het opruimen het kind om vervolgens haar jas aan te doen, waarna het kind buiten gaat spelen.

Voorschoolse educatie

Onder voorschoolse educatie (VE) wordt uitvoering van een erkend programma verstaan, dat gericht is op het stimuleren van kinderen in hun ontwikkeling op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling.

De voorwaarden hebben betrekking op de beschrijving van de visie voorschoolse educatie in het pedagogisch beleidsplan, de uitvoering en de evaluatie ervan. Verder hebben de voorwaarden betrekking op de omschrijving, in het pedagogisch beleidsplan, van de ontwikkeling van peuters.

Om deskundigheidsbevordering op het gebied van VE aan te tonen is een opleidingsplan vereist.

Constatering:

Binnen de organisatie wordt VE geboden middels het programma Startblokken.

De peutergroep bestaat uit maximaal 16 kinderen en ten minste 1 beroepskracht per 8 kinderen. Per week besteedt de houder de verplichte minimale 10 uur aan voorschoolse educatie.

Het programma uit zich middels een gestructureerd dagprogramma dat zichtbaar is in de praktijk. De organisatie beschikt over beroepskrachten die een relevante opleiding hebben afgerond.

De houder heeft een opleidingsplan opgesteld wat voor het komend jaar de deskundigheidsbevordering van de beroepskrachten beschrijft. 6 van 17 Definitief inspectierapport dagopvang jaarlijks onderzoek 29-10-2019 KDV Berend Botje locatie de Kabouterkring te Twisk

In het pedagogisch beleidsplan staat de visie op de voorschoolse educatie genoemd en is een concrete en toetsbare beschrijving aanwezig van de wijze waarop:

  • deze visie te herkennen is in het aanbod van activiteiten
  • de ontwikkeling van peuters wordt gevolgd
  • het aanbod van VE hierop wordt afgestemd
  • ouders worden betrokken bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen
  • de inrichting van de ruimte waarin VE wordt verzorgd
  • materiaal voor VE beschikbaar wordt gesteld
  • vorm wordt gegeven aan de inhoudelijke aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie
  • een zorgvuldige overgang plaatsvindt van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie.

Uit gesprekken met de beroepskrachten en observaties is gebleken dat in de praktijk uitvoering wordt gegeven aan bovengenoemde onderwerpen.

De eisen die gelden om het aanbod van voorschoolse educatie in het pedagogisch beleidsplan te beschrijven gelden sinds 1 juli 2018. In 2019 wordt beoordeeld of het pedagogisch beleidsplan voldoet aan de voorwaarden. Of de evaluatie van het pedagogisch beleidsplan op het onderdeel

VE jaarlijks plaatsvindt en of het plan zo nodig jaarlijks wordt bijgesteld, zal in een onderzoek vanaf 1 januari 2020 beoordeeld kunnen worden.

In het VE beleid wordt het volgende beschreven:

'De ruimte wordt regelmatig aangepast aan het thema dat speelt. Bij voorkeur wordt gewerkt met thema’s uit de echte wereld. Kinderen spelen namelijk graag situaties na uit de echte wereld om er zo grip op te krijgen.'

Praktijkvoorbeeld:

Ten tijde van de inspectie wordt het thema 'Schilder' behandeld. In de groepsruimte is op een kast een blad opgehangen met een woordenlijst over het thema 'Schilder'.

Boeken die in de groepsruimte liggen zijn afgestemd op het thema. Verschillende afbeeldingen van kleuren zijn opgehangen met de naam van de kleur erop vermeld. Er is een hoek gecreëerd met allemaal schilder materialen waar de kinderen mee kunnen spelen en waar kleurspetters van gekleurd papier in zijn opgehangen.

Tijdens dit onderzoek is niet beoordeeld of de evaluatie van het pedagogisch beleidsplan op het onderdeel VE jaarlijks plaatsvindt en of het plan zo nodig jaarlijks wordt bijgesteld. Dit zal in een onderzoek vanaf 1 januari 2020 beoordeeld kunnen worden.

Aan de getoetste voorwaarden betreffende de voorschoolse educatie is voldaan.

Gebruikte bronnen

  • Interview (Beroepskrachten)
  • Observatie(s) (Pedagogische praktijk observatie, binnen- en buitenruimte)
  • Landelijk Register Kinderopvang (Ingezien op locatie)
  • VVE Beleidsplan Berend Botje (Versie, KC_CO_AL_HDO+PSG_3a_ 20190918)

Personeel en groepen

Bij dit onderwerp gaat de inspecteur na of het personeel over de goede opleiding(en) beschikt en of iedereen die wordt ingezet een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) heeft. Heel belangrijk is of er voldoende medewerkers zijn in verhouding tot het aantal kinderen, de beroepskracht-kindratio. Ook wordt gekeken naar de opbouw en samenstelling van de groepen. Verder kan de inspecteur bijvoorbeeld nagaan of de voorgeschreven voertaal (Nederlands) wordt gebruikt.

Aan de getoetste voorwaarde is voldaan.

Veiligheid en gezondheid

Binnen de Wet kinderopvang gelden eisen die betrekking hebben op de veiligheid en gezondheid in een kindercentrum. De houder van een kindercentrum dient beleid te voeren dat ertoe leidt dat de veiligheid en de gezondheid van de op te vangen kinderen in en rond het kindercentrum zoveel mogelijk is gewaarborgd. 

Tijdens de inspectie is beoordeeld of in een risico-inventarisatie schriftelijk staat vastgelegd welke risico's de opvang van kinderen met zich meebrengt. In de praktijk is beoordeeld of de uitvoering van bijbehorend beleid de risico’s ook daadwerkelijk ondervangt.

Aan de getoetste voorwaarden is voldaan.

Inspectie-items

Het laatste deel van het rapport is gewijd aan een uitgebreide opsomming van alle geïnspecteerde items. Daarbij wordt per punt verwezen naar de bijbehorende documenten, plannen, voorwaarden en wetsartikelen. Met behulp van de inspectie-items kan iedereen precies nagaan welke zaken zijn gecontroleerd en het hoe en waarom van de controles.

Slot

Het rapport sluit af met een overzicht van alle administratieve gegevens van de locatie en de inspectie. Tot slot is er ruimte voor de zienswijze houder kindercentrum. Hierin reageert Berend Botje op de inhoud van het inspectierapport.

Kinderopvang Berend Botje, locatie de Kabouterkring in Twisk, is trots op dit positieve GGD-inspectierapport. Wij streven ernaar om de kwalitatief best mogelijke kinderopvang te bieden. De conclusies uit het rapport bevestigen dat onze missie, visie en waarden er borg voor staan dat Berend Botje royaal voldoet aan alle wettelijke eisen en regels die aan de kinderopvang worden gesteld. Wij beschouwen de inspecties als een belangrijke ondersteuning van ons eigen beleid. In een steeds veranderende maatschappij is het zaak alert te blijven op nieuwe ontwikkelingen en eisen. Streven naar de hoogste kwaliteit is voor ons daarom een continu proces, waarin de GGD als toezichthouder een belangrijke rol speelt.

Terug naar overzicht
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat we je de beste ervaring op onze website bieden. Als je doorgaat met het gebruik van deze site, gaan we ervan uit dat je hiermee akkoord bent. Lees hier ons cookie statement of onze privacyverklaring.