Aanmelden kinderopvang!

Hoera! Positief GGD-rapport BSO Hoorn-Centrum

01-11-2017

Alle locaties voor kinderopvang worden regelmatig bezocht door een inspecteur van de plaatselijke GGD. Daarna wordt een officieel inspectierapport op www.lrkp.nl gezet. De inspecties worden uitgevoerd om te controleren of de locaties voldoen aan alle eisen uit de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Kinderopvang Berend Botje BSO Hoorn-Centrum in Hoorn is op 14 augustus 2017 bezocht door de inspectie.

Op de eerste pagina (3) van het officiële rapport staan de belangrijkste gegevens: een overzicht van de algemene kenmerken van de locatie en de geschiedenis. Tot slot de conclusie: De houder voldoet aan de getoetste voorwaarden.

En een advies aan het College van B&W: Geen handhaving (geen actie nodig).

De werkwijze
De inspecteur bezoekt de locatie en controleert een groot aantal punten. Die punten zijn in een aantal categorieën onder te verdelen waarvan de belangrijkste zijn:

  1. Pedagogisch klimaat
  2. Personeel en groepen
  3. Veiligheid en gezondheid

1.Pedagogisch klimaat
De inspecteur bekijkt of in de dagelijkse praktijk wordt voldaan aan vier pedagogische basisdoelen die in de Wet Kinderopvang worden gesteld:

  • De kinderen moeten zich emotioneel veilig en geborgen voelen
  • De kinderen worden gestimuleerd in hun persoonlijke ontwikkeling
  • De kinderen worden gestimuleerd in hun sociale ontwikkeling
  • De leiding zorgt voor de overdracht van normen en waarden

Persoonlijke competenties
Kinderen gaan dagelijks naar buiten. In de buitenruimte is spelmateriaal aanwezig dat aanzet tot individueel en gezamenlijk spel. De beroepskrachten maken gebruik van de omgeving om de leefwereld van kinderen te verbreden, in aansluiting op interesse of thematisch programma (park, winkel, boerderij, werkplaats, station).

Praktijkvoorbeeld:
Tijdens het inspectiebezoek werd gewerkt met het thema 'Vakantie'. Er was een tent opgezet met strandstoeltjes erbij. Kinderen zaten daar rustig samen een boekje te lezen en lieten plaatjes zien aan elkaar. De beroepskracht vertelde wat de plannen waren voor die dag: na het eten een rondje over de kermis. Die was nog wel gesloten in de ochtend maar ze konden wel kijken naar alle attracties. De middag zouden ze naar MAK Blokweer gaan, een grote natuurspeelplek. De kinderen van de bso maken vaak gebruik van een speelplaats in de nabije omgeving. Als de groep klein is, zoals tijdens het inspectiebezoek, (maximaal 5 kinderen per beroepskracht) worden er ook uitstapjes georganiseerd. Dat kan zijn naar de bso van Berend Botje bij de Stadsspeeltuin, of bijvoorbeeld naar MAK Blokweer, aldus de beroepskracht.

Emotionele veiligheid
De beroepskrachten hebben gesprekjes met kinderen waarbij beiden bijdragen aan de voortgang en inhoud van het gesprek (dialoog). Zij sluiten meestal op passende wijze aan op de situatie en/of de vraag van een kind.

Praktijkvoorbeeld:
Een kind wilde graag de waterschoenen uit de strandhoek aan maar één van de schoenen was zoek, en de ander ging niet zo makkelijk aan. De beroepskracht zag het en stelde voor om te helpen. Samen zochten ze de andere schoen en trokken de schoenen aan. Aan tafel werden gesprekjes gevoerd waarbij de beroepskracht aandachtig luisterde en doorvroeg. Wanneer zij werd afgeleid vroeg zij het kind later om het verhaal verder af te maken.

Bovenstaande betreft slechts enkele voorbeelden van verschillende observaties. Naar aanleiding van de praktijkobservaties is geconcludeerd dat tijdens het inspectiebezoek voldoende is voorzien in het waarborgen van de vier pedagogische basisdoelen en het naleven van het pedagogisch beleid.

 2.Personeel en groepen
Bij dit onderwerp gaat de inspecteur na of het personeel over de goede opleiding(en) beschikt en of iedereen die wordt ingezet een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) heeft. Heel belangrijk is of er voldoende medewerkers zijn in verhouding tot het aantal kinderen, de beroepskracht-kindratio. Ook wordt gekeken naar de opbouw en samenstelling van de groepen. Verder kan de inspecteur bijvoorbeeld nagaan of de voorgeschreven voertaal (Nederlands) wordt gebruikt.

 Aan de getoetste voorwaarde is voldaan.

3.Veiligheid en gezondheid
Binnen de Wet kinderopvang gelden eisen die betrekking hebben op de veiligheid en gezondheid in een kindercentrum. De houder van een kindercentrum dient beleid te voeren dat ertoe leidt dat de veiligheid en de gezondheid van de op te vangen kinderen in en rond het kindercentrum zoveel mogelijk is gewaarborgd.

Tijdens de inspectie is beoordeeld of in een risico-inventarisatie schriftelijk staat vastgelegd welke risico's de opvang van kinderen met zich meebrengt. In de praktijk is beoordeeld of de uitvoering van bijbehorend beleid de risico’s ook daadwerkelijk ondervangt.

Risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid
In december 2016 is de jaarlijkse risico-inventarisatie uitgevoerd door de locatiemanager.

In de groepsruimte is te zien dat afspraken zijn gemaakt om risico’s te beperken, bijvoorbeeld door het plaatsen van rode en groene kaartjes bij de kasten en lades. Voor de kinderen is het duidelijk waar ze zelf iets mogen pakken en wanneer ze dat aan de beroepskracht moeten vragen. Er zijn schoonmaaklijsten, takenlijsten en ongevallenregistraties aanwezig op locatie.

In de groepsruimten zijn tijdens de inspectie geen onveilige of ongezonde aspecten waargenomen. Op grond van de gesprekken en de observatie van de praktijk op de groep, is geconcludeerd dat de beroepskrachten het veiligheids- en gezondheidsbeleid kennen en over het algemeen op een juiste wijze in praktijk brengen. Voor het eten werd de kinderen gevraagd de handen te wassen. Voor het uitstapje kregen de kinderen een armbandje met daarop hun naam, het telefoonnummer van de beroepskracht en de naam van de locatie van Berend Botje. De beroepskracht vertelde ook dat zij maximaal 5 kinderen mee mag nemen als ze op stap gaat.

Aan de getoetste voorwaarden is voldaan.

Inspectie-items
Het laatste deel van het rapport is gewijd aan een uitgebreide opsomming van alle geïnspecteerde items. Daarbij wordt per punt verwezen naar de bijbehorende documenten, plannen, voorwaarden en wetsartikelen. Met behulp van de inspectie-items kan iedereen precies nagaan welke zaken zijn gecontroleerd en het hoe en waarom van de controles.

Aan de getoetste voorwaarden wordt voldaan.

Slot
Het rapport sluit af met een overzicht van alle administratieve gegevens van de locatie en de inspectie. Tot slot is er ruimte voor de zienswijze houder kindercentrum. Hierin reageert Berend Botje op de inhoud van het inspectierapport.

Kindercentrum Berend Botje, locatie BSO Hoorn-Centrum in Hoorn, is trots op dit positieve GGD-inspectierapport. Wij streven ernaar om de kwalitatief best mogelijke kinderopvang te bieden. De conclusies uit het rapport bevestigen dat onze missie, visie en waarden er borg voor staan dat Berend Botje royaal voldoet aan alle wettelijke eisen en regels die aan de kinderopvang worden gesteld. Wij beschouwen de inspecties als een belangrijke ondersteuning van ons eigen beleid. In een steeds veranderende maatschappij is het zaak alert te blijven op nieuwe ontwikkelingen en eisen. Streven naar de hoogste kwaliteit is voor ons daarom een continu proces, waarin de GGD als toezichthouder een belangrijke rol speelt.

Terug naar overzicht
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat we je de beste ervaring op onze website bieden. Als je doorgaat met het gebruik van deze site, gaan we ervan uit dat je hiermee akkoord bent. Lees hier ons cookie statement of onze privacyverklaring.