Aanmelden kinderopvang!

Hoera, positief GGD-rapport Peuterspeelgroep Opperdoes

29-11-2016

Alle locaties voor kinderopvang worden eens per jaar onaangekondigd bezocht door een inspecteur van de plaatselijke GGD. Daarna wordt een officieel inspectierapport op www.lrkp.nl gezet. Op 31 oktober 2016 bezocht de inspecteur Peuterspeelgroep Opperdoes. De inspecties worden uitgevoerd om te controleren of de locaties voldoen aan alle eisen uit de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

Hoera, positief GGD-rapport Peuterspeelgroep Opperdoes

Op de eerste pagina (3) van het officiële rapport staan de belangrijkste gegevens: een overzicht van de algemene kenmerken van de locatie en de geschiedenis.
Tot slot de conclusie: De houder voldoet aan de getoetste voorwaarden.
En een advies aan het College van B&W: Geen handhaving (geen actie nodig).
De werkwijze
De inspecteur bezoekt de locatie en controleert een groot aantal punten. Die punten zijn in een aantal categorieën onder te verdelen waarvan de belangrijkste zijn:
1. Pedagogisch klimaat
2. Personeel en groepen
3. Veiligheid en gezondheid

1. Pedagogisch klimaat
De inspecteur bekijkt of in de dagelijkse praktijk wordt voldaan aan vier pedagogische basisdoelen die in de Wet Kinderopvang worden gesteld:
· De kinderen moeten zich emotioneel veilig en geborgen voelen
· De kinderen worden gestimuleerd in hun persoonlijke ontwikkeling
· De kinderen worden gestimuleerd in hun sociale ontwikkeling
· De leiding zorgt voor de overdracht van normen en waarden

Opmerkingen inspecteur:
Gedurende de observatie was te zien dat de beroepskrachten op kindhoogte met de kinderen praten. Gedurende het inspectiebezoek vonden er diverse gesprekjes tussen de beroepskracht en individuele kinderen plaats. Voorbeeld; op het moment dat een kind met een speelgoedtelefoon rondliep en deze liet zien aan de beroepskracht. De beroepskracht vroeg; 'Wie heb je aan de telefoon?', 'Oma', antwoordde het kind. 'Mag ik haar ook even spreken?' De Beroepskracht speelde het spel mee met het kind.
Uit navraag bij de beroepskracht bleek ook dat de beroepskracht als doel heeft dat gedurende elke ochtend elk kind individuele aandacht heeft gekregen door middel van een gesprekje.

Naar aanleiding van de praktijkobservaties is geconcludeerd dat tijdens het inspectiebezoek voldoende is voorzien in het waarborgen van de vier pedagogische basisdoelen en het naleven van het pedagogisch beleid.

2. Personeel en groepen
Bij dit onderwerp gaat de inspecteur na of het personeel over de goede opleiding(en) beschikt en of iedereen die wordt ingezet een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) heeft. Heel belangrijk is of er voldoende medewerkers zijn in verhouding tot het aantal kinderen, de beroepskracht-kindratio. Ook wordt gekeken naar de opbouw en samenstelling van de groepen. Verder kan de inspecteur bijvoorbeeld nagaan of de voorgeschreven voertaal (Nederlands) wordt gebruikt.

Opmerkingen inspecteur:
De toezichthouder heeft de diploma’s van de twee vaste beroepskrachten beoordeeld. De beoordeelde documenten betreffen een voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie zoals in de CAO kinderopvang is opgenomen. Aan de getoetste voorwaarde is voldaan.

3. Veiligheid en gezondheid
Vanzelfsprekend worden er strenge eisen gesteld als het om de veiligheid en gezondheid van de kinderen gaat. Zo is er een verplichte, jaarlijkse risico-inventarisatie. Andere controlepunten zijn de meldcode kindermishandeling, die erop gericht is om signalen die wijzen op mishandeling zo vroeg mogelijk op te pikken, en het vierogenprincipe. Met dat laatste wordt bedoeld dat de beroepskrachten altijd gezien of gehoord kunnen worden door een andere volwassene, zodat er geen gelegenheid bestaat voor mishandeling of misbruik.

Opmerkingen inspecteur:
In de groepsruimten zijn tijdens de inspectie geen onveilige of ongezonde aspecten waargenomen. Op grond van de gesprekken en de observatie van de praktijk op de groep, is geconcludeerd dat de beroepskrachten het veiligheids- en gezondheidsbeleid kennen en over het algemeen op een juiste wijze in praktijk brengen.
Tijdens de inspectie was te zien dat deze afspraken werden nageleefd. Zo werd het hekje tussen de groepsruimte en de hal structureel dicht gedaan, werden koffie en thee hoog weggezet en werd desinfecterende handgel gebruikt na het afvegen van de neus van een kind.

Inspectie-items
Het laatste deel van het rapport is gewijd aan een uitgebreide opsomming van alle geïnspecteerde items. Daarbij wordt per punt verwezen naar de bijbehorende documenten, plannen, voorwaarden en wetsartikelen. Met behulp van de inspectie-items kan iedereen precies nagaan welke zaken zijn gecontroleerd en het hoe en waarom van de controles.

Slot
Het rapport sluit af met een overzicht van alle administratieve gegevens van de locatie en de inspectie. Tot slot is er ruimte voor de zienswijze houder kindercentrum. Hierin reageert Berend Botje op de inhoud van het inspectierapport.

Kindercentra Berend Botje Medemblik, locatie Robbedoes Opperdoes, is trots op dit positieve GGD-inspectierapport. Wij streven ernaar om de kwalitatief best mogelijke kinderopvang te bieden. De conclusies uit het rapport bevestigen dat onze missie, visie en waarden er borg voor staan dat Berend Botje royaal voldoet aan alle wettelijke eisen en regels die aan de kinderopvang worden gesteld. Wij beschouwen de inspecties als een belangrijke ondersteuning van ons eigen beleid. In een steeds veranderende maatschappij is het zaak alert te blijven op nieuwe ontwikkelingen en eisen. Streven naar de hoogste kwaliteit is voor ons daarom een continu proces, waarin de GGD als toezichthouder een belangrijke rol speelt.

Terug naar overzicht