Aanmelden kinderopvang!

Nieuw GGD-rapport Peuterspeelgroep De Speelwerf

16-11-2017

Alle locaties voor kinderopvang worden eens per jaar onaangekondigd bezocht door een inspecteur van de plaatselijke GGD. Daarna wordt een officieel inspectierapport op www.lrkp.nl gezet. Op 6 maart 2017 bezocht de inspecteur Peuterspeelgroep Berend Botje Hauwert. De inspecties worden uitgevoerd om te controleren of de locaties voldoen aan alle eisen uit de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

Op de eerste pagina (3) van het officiële rapport van 27 maart 2017 staan de belangrijkste gegevens: een overzicht van de algemene kenmerken van de locatie en de inspectiegeschiedenis.

De werkwijze
De inspecteur bezoekt – onaangekondigd - de locatie en controleert een groot aantal punten. Die punten zijn in een aantal categorieën onder te verdelen waarvan de belangrijkste zijn:

  1. Pedagogisch klimaat
  2. Personeel en groepen
  3. Veiligheid en gezondheid

Pedagogisch klimaat
De inspecteur bekijkt of in de dagelijkse praktijk wordt voldaan aan vier pedagogische basisdoelen die in de Wet Kinderopvang worden gesteld:

  • De kinderen moeten zich emotioneel veilig en geborgen voelen
  • De kinderen worden gestimuleerd in hun persoonlijke ontwikkeling
  • De kinderen worden gestimuleerd in hun sociale ontwikkeling
  • De leiding zorgt voor de overdracht van normen en waarden

Opmerkingen inspecteur:
“Afspraken, regels en omgangsvormen zijn herkenbaar aanwezig en worden toegepast. De beroepskrachten begeleiden kinderen actief bij het leren kennen en omgaan met de afspraken in de groep. Zij leggen uit wat er van het kind verwacht wordt. Zij geven aan welk gedrag bij welke situatie hoort in termen van ‘wat er wèl mag’.”

Praktijkvoorbeelden
Op het moment dat de beroepskracht het opruimen aankondigde, gooide een kind de blokken in de blokkenbak. De beroepskracht vroeg het kind dit rustig te doen, 'Als je zo gooit, wat kan er dan gebeuren? Kan er dan een blokje op iemands vingers of voeten vallen?' Hierna legde het kind de blokken rustiger in de bak.

Tijdens het fruitmoment ging een bak met fruit rond. Op het moment dat een kind riep: 'Geef eens de bak!', ging de beroepskracht naast het kind zitten en vroeg; 'Hoe kun je dat netjes vragen?', Het kind vroeg toen: 'Mag ik de bak?'. De beroepskracht gaf het kind hierna een compliment.

Na het tafelmoment gaf de beroepskracht de instructie dat kinderen of in de themahoek of in de constructiehoek konden spelen. Een kind pakte de verkleedkleren. de beroepskracht gaf aan: 'Dat zijn de verkleedkleren, daar zouden we nu niet mee spelen, die mag je nu weer terugleggen', waarop het kind dit deed en in de aangewezen hoek ging spelen.

Bovenstaande betreft slechts enkele voorbeelden van verschillende observaties. Naar aanleiding van de praktijkobservaties is geconcludeerd dat tijdens het inspectiebezoek voldoende is voorzien in het waarborgen van de vier pedagogische basisdoelen en het naleven van het pedagogisch beleid.

Aan de getoetste voorwaarden is voldaan.

  1. Personeel en groepen
    Bij dit onderwerp gaat de inspecteur na of het personeel over de goede opleiding(en) beschikt en of iedereen die wordt ingezet een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) heeft. Heel belangrijk is of er voldoende medewerkers zijn in verhouding tot het aantal kinderen, de beroepskracht-kindratio. Ook wordt gekeken naar de opbouw en samenstelling van de groepen. Verder kan de inspecteur bijvoorbeeld nagaan of de voorgeschreven voertaal (Nederlands) wordt gebruikt.

Tijdens de praktijkobservaties is gebleken dat de diploma’s van de werknemers, de VOG’s en LKR in orde zijn. Aan deze getoetste voorwaarden is voldaan. Daarnaast is gekeken naar het vierogenprincipe en in hoeverre hieraan voldaan wordt. Hieronder wordt eerst het vierogenprincipe kort toegelicht.

Vierogenprincipe
Er is gekozen de term vierogenprincipe te gebruiken in plaats van vierogen- en -orenprincipe. Het betekent dat te allen tijde een volwassene moet kunnen meekijken of meeluisteren. Het betekent niet dat continu twee volwassenen aanwezig moeten zijn. In het licht van het vierogenprincipe is het belangrijk dat het werken met kinderen zo transparant mogelijk georganiseerd wordt.

Opmerkingen houder:
‘Sinds 9 januari jl. (na de kerstvakantie) is er op vrijdag 1 volwassene aanwezig. Tot de kerstvakantie was er vrijdag een vrijwilliger actief. Het is bij ons bekend dat pedagogisch medewerkers het niet prettig vinden om alleen in het gebouw te zijn. De leidinggevende is op bezoek gegaan bij de directrice van OBS De Vijzel om de school, die al achterwacht is, erop alert te maken dat vrijdag een collega alleen op de groep staat. De leidinggevende is iedere vrijdag bij KC Midwoud aanwezig. Ze gaat dan regelmatig naar Hauwert en kan in geval van nood gebeld worden en direct naar de Speelwerf gaan.'

De inspecteur geeft aan:
In het beleid van Berend Botje staat in bijlage 9 het vierogenprincipe van PSG Hauwert beschreven. Hierin is aangegeven dat ‘op locaties met meerdere groepen’ de pedagogisch medewerkers bij elkaar binnenlopen en dat er geen uitzonderingen zijn. Op de Speelwerf is altijd een tweede volwassene aanwezig.’ Deze beschrijving komt niet overeen met de situatie in de praktijk: op vrijdagen is op de Speelwerf slechts één beroepskracht aanwezig. Op basis van bovenstaande moet worden geconcludeerd dat de houder situaties waarbij slechts één beroepskracht aanwezig is, onvoldoende in kaart heeft gebracht.

Tevens staat beschreven:
De leidinggevende of regiomanager kan te allen tijde onverwachts binnenlopen. Op het moment dat zij onverwachts op een locatie binnenkomt waarbij er iemand alleen staat, zal de leidinggevende een lijst aftekenen met naam, datum en tijd.

In 2017 is, tot het moment van het inspectiebezoek, de leidinggevende volgens de beroepskracht nog niet op vrijdag langsgekomen en in 2017 heeft nog niemand de lijst afgetekend.

Opmerking. De houder geeft aan:
'Op 23 januari jl. was een avond georganiseerd voor ouders, waarbij de opvang op vrijdag een belangrijk onderwerp op de agenda was. Alle ouders hebben dit overleg afgezegd. Het idee is nu dat de leidinggevende een keer op een maandagochtend aanwezig zal zijn om met ouders in gesprek te gaan. Naar aanleiding hiervan is er wel een ouder in de OC terecht gekomen.'

Inspectie-items
Het laatste deel van het rapport is gewijd aan een uitgebreide opsomming van alle geïnspecteerde items. Daarbij wordt per punt verwezen naar de bijbehorende documenten, plannen, voorwaarden en wetsartikelen. Met behulp van de inspectie-items kan iedereen precies nagaan welke zaken zijn gecontroleerd en het hoe en waarom van de controles.

Slot
Het rapport sluit af met een overzicht van alle administratieve gegevens van de locatie en de inspectie. Tot slot is er ruimte voor de zienswijze houder kindercentrum. Hierin reageert Berend Botje op de inhoud van het inspectierapport.

Terug naar overzicht
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat we je de beste ervaring op onze website bieden. Als je doorgaat met het gebruik van deze site, gaan we ervan uit dat je hiermee akkoord bent. Lees hier ons cookie statement of onze privacyverklaring.