Aanmelden kinderopvang!

Positief GGD-rapport De Minimolen Benningbroek

19-11-2015

Alle locaties voor kinderopvang worden eens per jaar onaangekondigd bezocht door een inspecteur van de plaatselijke GGD. Daarna wordt een officieel inspectierapport op www.lrkp.nl gezet. Ook de Berend Botje peuterspeelzaal De Minimolen in Benningbroek is door de inspectie bezocht, met een prima resultaat. De inspecties worden uitgevoerd om te controleren of de locaties voldoen aan alle eisen uit de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Op de eerste pagina (3) van het officiële rapport staan de belangrijkste gegevens: een beschouwing met de algemene kenmerken van de locatie en de inspectiegeschiedenis. Tot slot de bevindingen: Aan alle getoetste voorwaarden is voldaan. En een advies aan het College van B&W: Geen handhaving (geen actie nodig).  

Positief GGD-rapport De Minimolen Benningbroek

De Werkwijze
De inspecteur bezoekt – onaangekondigd - de locatie en controleert een groot aantal punten. Die punten zijn in een aantal categorieën onder te verdelen waarvan de belangrijkste zijn:

· Pedagogisch klimaat
· Personeel en groepen
· Veiligheid en gezondheid

Pedagogisch klimaat
De inspecteur bekijkt of in de dagelijkse praktijk wordt voldaan aan vier pedagogische basisdoelen die in de Wet Kinderopvang worden gesteld:

1. Kinderen moeten zich emotioneel veilig en geborgen voelen
2. De kinderen worden gestimuleerd in hun persoonlijke ontwikkeling
3. De kinderen worden gestimuleerd in hun sociale ontwikkeling
4. De leiding zorgt voor de overdracht van normen en waarden

Opmerkingen inspecteur:
Er is een aangename sfeer in de groep. De meeste kinderen tonen in hun gedrag dat ze zich op hun gemak voelen. Kinderen laten hun emoties zien, zowel in positieve zin (blij, tevreden, nieuwsgierig, enthousiast) als in negatieve zin (boos, verdrietig). De emoties zijn passend bij de situatie.

Om het dagritme voor de kinderen te visualiseren, hangen er in de groepsruimte op kindhoogte ook foto's van de verschillende activiteiten. Als een kind het even niet weet, neemt de beroepskracht het kind mee naar deze fotohoek en bekijken ze samen wat er staat te gebeuren. Dit maakt het voor de kinderen overzichtelijk.

Tijdens het fruit eten pakt een 'nieuw' kind twee stukjes fruit van de schaal. De beroepskracht zegt heel rustig tegen het kind: 'ik zie dat jij fruit lekker vindt. Leg maar één stukje terug en als dat andere stukje fruit op is mag je weer een nieuw stukje pakken'. Het kind begrijpt haar uitleg en legt het stukje fruit terug. Bij de volgende ronde pakt het kind één stukje fruit, waaruit blijkt dat het kind de instructie heeft begrepen.

Personeel en groepen
Bij dit onderwerp gaat de inspecteur na of het personeel over de goede opleiding(en) beschikt en of iedereen die wordt ingezet een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) heeft. Heel belangrijk is of er voldoende medewerkers zijn in verhouding tot het aantal kinderen, de beroepskracht-kindratio. Ook wordt gekeken naar de opbouw en samenstelling van de groepen. Verder kan de inspecteur bijvoorbeeld nagaan of de voorgeschreven voertaal (Nederlands) wordt gebruikt.

Opmerkingen inspecteur:
De toezichthouder heeft de verklaringen omtrent het gedrag (VOG) van personen werkzaam bij het kindercentrum beoordeeld. Iedereen is in bezit van een geldige VOG.

De toezichthouder heeft de diploma's van de beroepskrachten beoordeeld. Iedereen beschikt over een voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie zoals in de CAO Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening is opgenomen.

Veiligheid en gezondheid
Vanzelfsprekend worden er strenge eisen gesteld als het om de veiligheid en gezondheid van de kinderen gaat. Zo is er een verplichte, jaarlijkse risico-inventarisatie. Andere controlepunten zijn de meldcode kindermishandeling, die erop gericht is om signalen die wijzen op mishandeling zo vroeg mogelijk op te pikken, en het vierogenprincipe. Met dat laatste wordt bedoeld dat de beroepskrachten altijd gezien of gehoord kunnen worden door een andere volwassene, zodat er geen gelegenheid bestaat voor mishandeling of misbruik.

Opmerkingen inspecteur:
In de groepsruimten zijn tijdens de inspectie geen onveilige of ongezonde aspecten waargenomen. Uit gesprekken met de beroepskrachten blijkt dat zij op de hoogte zijn van de risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid. Aan de getoetste voorwaarden is voldaan.

De houder heeft bij de implementatie van het vierogenprincipe de ruimten en momenten die een hoog risico vormen, voldoende in beeld gebracht. .

Inspectie-items
Het laatste deel van het rapport is gewijd aan een uitgebreide opsomming van alle geïnspecteerde items. Daarbij wordt per punt verwezen naar de bijbehorende documenten, plannen, voorwaarden en wetsartikelen. Met behulp van de inspectie-items kan iedereen precies nagaan welke zaken zijn gecontroleerd en het hoe en waarom van de controles.

Slot
Het rapport sluit af met een overzicht van alle administratieve gegevens van de locatie en de inspectie. Tot slot is er ruimte voor de zienswijze houder kindercentrum. Hierin reageert Berend Botje op de inhoud van het inspectierapport.

Stichting peuterspeelzalen Berend Botje Medemblik, locatie De Minimolen in Benningbroek, is trots op de resultaten van het GGD-onderzoek. Wij zien de positieve bevindingen als een bevestiging van onze inspanningen om het peuterspeelzaalwerk zo optimaal mogelijk te laten functioneren. Wij zien kwaliteitsverbetering als een continu proces, dat wij ook zichtbaar proberen te maken voor ouders. Het is belangrijk dat ouders ons als een betrouwbare partner zien. Ouders brengen hun kind met een gerust hart naar de peuterspeelzaal als zij zeker weten dat hun kind in goede handen is. Deze positieve beoordeling door de GGD draagt hieraan bij.

Terug naar overzicht